|
Vastgesteld bij besluit van de algemene ledenvergadering gehouden op 6 april 2011 vervangende het voorheen geldende huishoudelijk reglement de dato 10 december 2008.
ONTZETTING UIT HET LIDMAATSCHAP VAN LEDEN EN REÜNISTEN. Artikel 1 1. De leden en reünisten zijn gehouden te handelen overeenkomstig de voor de tandartsenstand geldende normen. Handelingen, welke mede leden, reünisten of de tandartsenstand of de vereniging op onredelijke wijze benadelen kunnen reden zijn tot ontzetting uit het lidmaatschap, casu quo verlies van de reünistenstatus, onverminderd het bepaalde bij de statuten (artikel 7). 2. Een lid of een reünist kan op voorstel van het bestuur of van tien leden in een algemene ledenvergadering ter verantwoording worden geroepen, indien het in zijn hoedanigheid als lid, reünist of als privépersoon handelingen heeft begaan welke als grond voor ontzetting kunnen gelden. Mits met een meerderheid van tenminste drie/vierde van de geldig uitgebrachte stemmen kan de algemene ledenvergadering alsdan tot ontzetting besluiten. Het besluit van de algemene ledenvergadering wordt binnen acht dagen schriftelijk aan de betrokkene medegedeeld.
INTRODUCTIE. Artikel 2 1. Een persoon die voldoet aan de vereisten van artikel 4 van de statuten en die ook overigens voor het lidmaatschap in aanmerking kan komen, kan één maal door een lid ter bijwoning van een bijeenkomst van de vereniging worden geïntroduceerd. 2. In algemene ledenvergaderingen is introductie niet mogelijk. 3. Het bestuur kan bepalen dat introductie anders dan overeenkomstig lid 1 en 2 is toegestaan. DEFUNGEREN BESTUURSLEDEN. Artikel 3 1. Bij zijn aftreden als bestuurslid is de betrokkene verplicht alle op de vereniging betrekking hebbende bescheiden terstond in handen te stellen van het bestuur. 2. Bij tussentijds aftreden van de penningmeester maakt deze terstond een tussentijdse rekening en verantwoording op. Het bestuur stelt de financiële bescheiden en de rekening en verantwoording van de penningmeester ter onderzoek in handen van de financiële commissie, die aan het bestuur verslag uitbrengt van haar bevindingen. HET W.S. BURGERFONDS. Artikel 4 1. Op 1 juli 1933 heeft de Rotterdamse Tandartsen Vereniging een schenking aanvaard van de "Stichting Bevordering van Volkskracht" in overeenstemming met een wens van de op 9 januari 1933 in Antwerpen overleden heer Willem Simon Burger, oud-ingezetene van Rotterdam. 2. De vereniging heeft op zich genomen deze schenking als fonds te beheren, afgescheiden van de geldmiddelen der vereniging en te besteden overeenkomstig de wil van de legator uitsluitend voor doeleinden in het belang van de sociale tand- en mondverzorging. 3. Het daartoe ingesteld fonds draagt de naam: "W.S. Burgerfonds der Rotterdamse Tandartsen Vereniging". 4. Het fonds, dat bij de aanvang in hoofdsom vijftig duizend gulden bedraagt, zal zoveel als doenlijk is in verband met het beoogde doel, onaangetast moeten blijven, terwijl de rente besteed zal kunnen worden voor de bij aanvaarding in uitzicht gestelde doeleinden. 5. Indien in een bepaald jaar blijkt, dat er geen gewenste bestemming voor de beschikbare rente in overeenstemming met punt 2 is, zullen deze niet gebruikte renten in een der volgende jaren extra besteed mogen worden. 6. Voor het beheer en toezicht van het W.S. Burgerfonds zal de vereniging een commissie benoemen, die tevens belast is, de vereniging voorstellen te doen omtrent de besteding van de renten. 7. De in het vorige lid benoemde commissie zal bestaan uit tenminste 5 leden, te weten: voorzitter en penningmeester van de R.T.V. die ambtshalve zitting zullen nemen en tenminste drie leden die bij toerbeurt op de jaarvergadering voor drie jaar gekozen worden. Herverkiezing is mogelijk. Bij tussentijdse vacatures zal de eerstvolgende algemene ledenvergadering daarin voorzien. 8. Voor de eerste maal heeft de vereniging in haar 346ste algemene ledenvergadering van 21 juni 1933 drie leden in de commissie benoemd, die daarop door loting zullen bepalen, wie der gekozenen in 1934, wie in 1935 en wie in 1936 zal aftreden, zodat in het vervolg op elke jaarvergadering tenminste één commissielid gekozen zal worden. 9. Bij uitbreiding van het aantal leden in de commissie blijft het principe van verkiezing bij toerbeurt gehandhaafd. Aftredende commissieleden zijn terstond herkiesbaar. 10. De commissie benoemt uit haar midden een voorzitter, een secretaris, een penningmeester. 11. De penningmeester van het fonds voert het beheer over de geldmiddelen van het fonds. Over iedere belegging ook van de kasgelden, indien deze 1500 euro overschrijdt en over iedere vervreemding van de eigendommen van het fonds, is medewerking van de gehele commissie vereist. 12. De geldswaardige papieren, die eigendom zijn van het fonds, zullen in open bewaargeving worden toevertrouwd aan een bankinstelling, door de commissie aan te wijzen. 13. Jaarlijks brengt de penningmeester van het fonds, of bij zijn ontstentenis of afwezigheid, een der commissieleden in de jaarvergadering verslag uit van zijn financieel beheer gedurende het afgelopen jaar. Dit financieel verslag wordt door alle commissieleden ondertekend. Bij ontstentenis of afwezigheid van een of twee van de commissieleden, is de algemene ledenvergadering, met betrekking tot het bepaalde omtrent de ondertekening, bevoegd, dispensatie te verlenen voor de bepaling der vorige alinea. Op dezelfde vergadering brengt de financiële commissie verslag uit over de controle van het fonds. DE COMMISSIE SPOEDGEVALLENDIENST. Artikel 5 De commissie spoedgevallendienst regelt - volgens een jaar-lijks vast te stellen rooster - de waarneming 24 uur per dag en 7 dagen per week. Zij stelt voor een goed verloop hiervan een reglement op, dat echter niet in strijd mag zijn met statuten en huishoudelijk reglement van de R.T.V. en na goedkeuring van de algemene ledenvergadering bindend is. Ieder lid van R.T.V., behalve de in het reglement spoedgevallendienst met name genoemde uitzonderingen, is gehouden zijn medewerking aan de spoedgevallendienst te verlenen. Voor wijzigingen in dit reglement behoeft zij altijd de goedkeuring van de algemene ledenvergadering. ERELEDEN. Artikel 6 Leden die zich ten opzichte van de vereniging bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt kunnen door de algemene ledenvergadering, mits met een meerderheid van tenminste tweederde van de geldig uitgebrachte stemmen tot erelid worden benoemd. Het voorstel tot dusdanige benoeming kan geschieden door het bestuur of door tenminste vijftien leden. In het laatste geval moet het voorstel schriftelijk en ondertekend bij het bestuur worden ingediend. Het bestuur draagt dan zorg dat het voorstel tot benoeming tot erelid op de agenda van de eerstvolgende algemene ledenvergadering wordt geplaatst. Ereleden hebben dezelfde rechten en plichten als de leden doch zijn vrijgesteld van contributiebetaling. STUDIECLUB. Artikel 7 De Rotterdamse Tandartsen Vereniging kent een commissie samengesteld uit leden van de vereniging onder de naam R.T.V.-Studieclub. Het doel van de R.T.V.-Studieclub is: het aanmoedigen van de zin voor studie onder de leden van de Rotterdamse Tandartsen Vereniging. Tot deelname aan de activiteiten van de R.T.V.-Studieclub worden toegelaten leden en reünisten van de vereniging die zich hiervoor aanmelden en tandartsen, mondhygiënisten en tandartsen- en mondhygiënisten in opleiding, welke geen lid van de vereniging zijn; dit laatste ter beoordeling van het bestuur van de vereniging in overleg met de R.T.V.-Studieclub. Het bestuur van de vereniging stelt reglementen voor de R.T.V.-Studieclub op, welke echter niet in strijd mogen zijn met statuten en huishoudelijk reglement van de vereniging. De R.T.V.-Studieclub is rekening en verantwoording schuldig aan het bestuur van de vereniging NIEUW LEDENCOMMISSIE Artikel 8 De Rotterdamse Tandartsen Vereniging kent een commissie samengesteld uit twee door het bestuur van de vereniging benoemde leden van de vereniging, onder de naam: nieuwe ledencommissie. De nieuwe ledencommissie heeft tot taak het wegwijs maken van personen die zich bij de vereniging hebben aangemeld voor het lidmaatschap binnen de vereniging (de “ nieuwe leden”), tenminste één kennismakingsgesprek met deze personen te voeren en het bestuur te adviseren over de vraag of deze personen benoembaar zijn als lid van de vereniging op de eerstvolgende Algemene Ledenvergadering. EINDE VAN DE RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN REÜNISTEN. Artikel 9 1. Men houdt op reünist te zijn: a. door de dood; b. door schriftelijke opzegging bij de secretaris; c. door ontzetting. 2. Het bepaalde in artikel 5a. van de statuten is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. JAARLIJKSE BIJDRAGE. Artikel 10 1. De gewone leden, buitengewone leden, niet-tandartsleden en reünisten zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage, die door de algemene ledenvergadering - in de jaarvergadering - zal worden vastgesteld. 2. De algemene ledenvergadering kan besluiten tot het opleggen van een hoofdelijke omslag aan de gewone leden, buitengewone leden, niet-tandartsleden alsmede reünisten. 3. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een bijdrage en/of hoofdelijke aanslag te verlenen. 4. Nieuwe leden dienen voordat zij door de Algemene ledenvergadering benoemd kunnen worden als lid van de vereniging een voorschotbetaling te doen ter hoogte van tweemaal de op dat moment geldende jaarlijkse bijdrage. Deze voorschotbetaling zal worden verrekend met jaarlijkse bijdragen en hoofdelijke omslagen die het nieuwe lid na de benoeming tot lid verschuldigd wordt. Het lid heeft geen recht op restitutie van de voorschotbetaling, ook niet wanneer het lidmaatschap op een zodanig tijdstip eindigt dat de voorschotbetaling nog niet (volledig) is verrekend met de uit hoofde van het lidmaatschap verschuldigde jaarlijkse bijdrage(n) en hoofdelijke omslag(en).
|